Bertolf zoekt de grenzen van bluegrass op met Bluefinger Vol. 2
(Nieuwste Hits) – Voor het eerste Bluefinger ging Bertolf naar Nashville om zijn liefde voor bluegrass te delen met muzikanten tegen wie hij jarenlang had opgekeken. Voor een vervolg had hij dezelfde formule opnieuw kunnen gebruiken, maar op Bluefinger Vol. 2 kiest hij bewust voor een andere route. Nashville maakt plaats voor zijn eigen Nederlandse band en bestaand materiaal voor veertien nieuwe composities. Daardoor voelt dit tweede deel niet als een herhaling van een succesvol project, maar als het moment waarop Bertolf bluegrass steeds nadrukkelijker naar zijn eigen hand zet.
Nashville maakt plaats voor zijn eigen band
Het eerste Bluefinger had iets van een langgekoesterde droom die werkelijkheid werd. Bertolf trok naar Nashville en werkte er met muzikanten uit de wereld die hem jarenlang had geïnspireerd. Na de release ontstond echter iets minstens zo belangrijk. Met Janos Koolen, Joost van Es, Nathalie Schaap en Caspar de Groen speelde hij de muziek vervolgens zo vaak live dat er een eigen bandgeluid groeide.
Op Bluefinger Vol. 2 staat juist die groep centraal. David Sinko kwam vanuit de Verenigde Staten over voor de opnames en mix, maar muzikaal wordt het album gedragen door de Nederlandse band rond Bertolf. Mandoline, viool, dobro, contrabas, banjo, gitaar en samenzang klinken daardoor niet als zorgvuldig aangebrachte bluegrassversiering. Je hoort muzikanten die inmiddels gewend zijn om op elkaar te reageren en ruimte voor elkaar te laten.
Dat werkt vooral omdat Bertolf tegelijkertijd een tweede belangrijke keuze maakt: alle veertien composities zijn nieuw. Hij hoeft zijn bestaande repertoire niet opnieuw naar bluegrass te vertalen en kan de songs vanaf het begin vanuit deze bezetting opbouwen. Daarmee verschuift Bluefinger van een project waarin Bertolf zijn liefde voor een genre verkende naar muziek die steeds meer onderdeel wordt van zijn eigen repertoire.
Na All Good Things terug naar bluegrass
Tussen de twee Bluefinger-albums bleef Bertolf bovendien niet binnen die bluegrasswereld. Zijn vorige project maakte hij samen met Diederik Nomden. Op All Good Things stond juist hun gezamenlijke liefde voor melodieuze pop en klassieke songwriting centraal. We schreven eerder uitgebreid over Bertolf & Nomden – All Good Things.
Die tussenstap maakt Bluefinger Vol. 2 interessanter. Bertolf keert niet simpelweg terug naar een formule die eerder werkte. Zijn brede achtergrond als songwriter blijft hoorbaar, maar wordt nu gekoppeld aan een band die de taal van bluegrass steeds beter beheerst. Het genre vormt daarmee het uitgangspunt, zonder dat iedere compositie zich aan dezelfde regels hoeft te houden.
Opener Exit Strategy maakt dat meteen duidelijk. Samen met Janos Koolen probeert Bertolf bewust weg te blijven van de gebruikelijke cyclische structuren. Wisselende maatsoorten en modulaties geven het nummer een grilliger karakter dan je van traditionele bluegrass zou verwachten.
Ook inhoudelijk begint het album opvallend scherp. Exit Strategy komt voort uit de frustratie die Bertolf voelde na de verkiezingswinst van Geert Wilders in 2023 en zijn vervreemding van de politieke richting waarin Nederland bewoog. De traditionele instrumentatie staat daardoor tegenover een onderwerp dat nadrukkelijk in het hier en nu staat.
Traditie zonder erin vast te blijven zitten
Daar staat Love So Well tegenover, waarop Bertolf juist veel dichter bij de bluegrasstraditie blijft. De song gaat over zijn liefde voor het genre zelf en over opnieuw waarde ontdekken in iets wat je al kent, in plaats van voortdurend op zoek te gaan naar de volgende prikkel.
Die tegenstelling zegt veel over de plaat. Bertolf probeert bluegrass niet op ieder nummer opnieuw uit te vinden. Soms mag de traditie gewoon de traditie zijn, terwijl hij elders bewust aan de structuur en grenzen ervan trekt.
Dat zorgt voor een prettige balans. Tegelijkertijd is Bluefinger Vol. 2 het sterkst wanneer die vertrouwde instrumentatie wordt gekoppeld aan Bertolfs eigen manier van schrijven. Daarin hoor je ook de songwriter die buiten Bluefinger voortdurend met andere vormen bezig is geweest. Bluegrass is hier niet langer een stijl die hij bezoekt, maar een taal waarin hij steeds vrijer lijkt te schrijven.
Van huwelijk tot vaderschap
Ook tekstueel komt Bertolf dichter bij zijn eigen leven. Still Have You is een liefdeslied voor zijn vrouw na zeventien jaar samen. Hij zoekt het daarbij niet in grote romantische verklaringen, maar in iets veel kleiners: haar thuiskomst van haar werk en het besef hoeveel geluk er in zo’n alledaags moment kan zitten.
Op Whatever You Like richt hij zich vervolgens tot zijn twee zoons. Het nummer kijkt vooruit naar het moment waarop hij ze uiteindelijk moet loslaten. Bertolf spreekt vooral vertrouwen uit: maak je eigen keuzes, wees niet bang en weet dat thuis blijft bestaan.
Andere nummers zijn minder geruststellend. That Ain’t Me No More kijkt naar ambitie en competitiedrang, terwijl Heart Over Mind zijn neiging om situaties eindeloos te analyseren tegenover gevoel zet. Op Why Does It Feel So Strange? wordt het zwaarder wanneer dissociatie en het langdurig wegdrukken van emoties centraal komen te staan.
Die onderwerpen geven het album meer inhoudelijke breedte dan de instrumentatie in eerste instantie misschien doet vermoeden. Het genre blijft herkenbaar, maar Bertolf gebruikt het om te schrijven over de fase van zijn leven waarin hij zich nu bevindt.
Ook zonder woorden vertelt de band
De twee instrumentale nummers onderstrepen ondertussen waarom de keuze voor een vaste band zo logisch is. Golden Hour (Holiday Suite) brengt ideeën samen die tijdens twee verschillende vakanties ontstonden, terwijl Runner’s High voortkomt uit het gevoel na het hardlopen.
Zonder tekst verschuift de aandacht volledig naar het samenspel. De virtuositeit is onmiskenbaar aanwezig, maar wordt zelden een doel op zichzelf. Mandoline, viool, dobro en banjo krijgen ruimte zonder dat de nummers veranderen in demonstraties van technische beheersing.
Die verhouding tussen vakmanschap en onzekerheid krijgt op Promised Land zelfs een tekstuele tegenhanger. Een concert van Béla Fleck en zijn band werkte voor Bertolf tegelijkertijd inspirerend en ontmoedigend. Hoe blijf je zelf iets proberen toe te voegen wanneer je net muzikanten hebt gezien die op een bijna onbereikbaar niveau spelen?
Juist die twijfel maakt het nummer interessant. Bertolf heeft inmiddels genoeg bereikt om zelf als ervaren muzikant te gelden, maar de onzekerheid tegenover zijn voorbeelden is blijkbaar niet verdwenen.
Veertien nummers vragen wel wat
Met veertien nieuwe composities neemt Bertolf ruim de tijd om al die kanten uit te werken. Dat levert inhoudelijke rijkdom op, maar is tegelijkertijd een van de zwakkere punten van de plaat. De instrumentatie en samenzang zijn consequent sterk en de productie houdt alles mooi bij elkaar, waardoor Bluefinger Vol. 2 soms iets te comfortabel binnen zijn eigen wereld kan gaan zitten.
Een scherpere selectie had enkele van de sterkste nummers waarschijnlijk nog meer gewicht gegeven. Tegelijkertijd zoekt Bertolf voldoende variatie in structuren, onderwerpen en invloeden om te voorkomen dat het album alleen maar veertien varianten op dezelfde bluegrassformule wordt.
Roll Again is daarvan een mooi voorbeeld. Het idee ontstond tijdens een potje Mens-Erger-Je-Niet, maar Bertolf gebruikt het spel uiteindelijk als beeld voor maatschappelijke ongelijkheid. Sommige mensen lijken bij hun geboorte meteen zes te gooien, terwijl anderen nauwelijks de kans krijgen om vooruit te komen.
Het laat opnieuw zien waar Bluefinger Vol. 2 uiteindelijk interessanter wordt dan alleen de gekozen stijl. De instrumenten verwijzen naar een lange Amerikaanse traditie, maar de onderwerpen komen rechtstreeks uit Bertolfs eigen leven en observaties.
Uiteindelijk wint het licht
Afsluiter All The Light kiest na alle twijfel bewust voor hoop. Dat is geen onbelangrijke keuze op een plaat waarop politieke vervreemding, prestatiedrang, dissociatie, ongelijkheid en onzekerheid voorbijkomen. Bertolf wil niet in het donker eindigen.
Dat werkt, maar vooral omdat het album die optimistische conclusie niet cadeau krijgt. De lichtere momenten staan tegenover genoeg twijfel om te voorkomen dat All The Light als een gemakkelijke boodschap voelt.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom Bluefinger Vol. 2 een sterker vervolg is dan simpelweg opnieuw naar Nashville vliegen. Het eerste deel draaide voor een belangrijk deel om het bereiken van een muzikale droom en het spelen met helden. Sindsdien maakte Bertolf met Nomden All Good Things, bleef hij schrijven en groeide de Nederlandse Bluefinger-bezetting door het vele samenspelen steeds verder naar elkaar toe.
Op deel twee komen die ontwikkelingen samen. Bertolf hoeft zijn liefde voor bluegrass niet meer te bewijzen en hoeft ook niet voortdurend te laten horen hoe goed zijn band de stijl beheerst. Veel interessanter is dat hij binnen die muzikale taal steeds meer ruimte vindt voor zijn eigen songwriting.
Niet alle veertien nummers zijn even noodzakelijk en soms had de plaat iets kritischer mogen snijden in zijn eigen overvloed. Daar staat tegenover dat de combinatie van persoonlijkere teksten, sterk samenspel en de vrijheid om buiten traditionele structuren te stappen van Bluefinger Vol. 2 meer maakt dan een genreproject.
Bertolf hoeft voor zijn ideale bluegrassplaat niet meer naar zijn helden toe. Hij heeft inmiddels zelf een band waarmee hij zijn eigen versie ervan kan maken.
Nog meer nieuwe albums uit dit genre
Meer nieuwe albums ontdekken →

